Tijdig en met de zachte hand de familieboom snoeien

Microliquiditeit als techniek om een familiebedrijf in familiale handen te houden over de generaties heen.

Wat gebeurt er met een boom die nooit gesnoeid wordt? Er komen steeds meer takken bij en na verloop van tijd wordt de kruin zwaar. Soms te zwaar voor de boom. Bij een serieuze windstoot riskeert de stam af te breken.

Hetzelfde risico loopt een bedrijf dat in handen is van een familie. Bij elke generatiewissel komen er aandeelhouders bij. Steeds meer nieuwe takken en twijgen maken de 'familiekruin' dik en zwaar. Op termijn kan dit voor problemen zorgen. Daarom kan het zinvol zijn om op tijd te snoeien als men het bedrijf wenst familiaal te houden.

Maar snoeien in het aandeelhouderschap van een familiebedrijf is niet zo eenvoudig. Aandelen van een familiebedrijf zijn traditioneel immers niet erg 'liquide'. Ze zijn met andere woorden moeilijk verhandelbaar. Een externe kandidaat-koper is meestal ook niet geïnteresseerd in een klein deel van een familiebedrijf want dat betekent dat zijn inspraak heel beperkt zal zijn.

Bovendien ligt deze zaak vaak emotioneel gevoelig binnen een familie. Uiteraard zien ouders hun kinderen allemaal even graag. Maar vaak is er geen duidelijkheid over wie van de kinderen bereid is om aan de kar te trekken en wie er op termijn uit wil stappen. Met als gevolg dat aandelen versnipperd geraken over de leden van de inkomende generatie.

Meestal komt het er niet van om de boom te snoeien in een vroeg stadium en dikt het aandeelhouderschap verder aan - vaak met 'stille' vennoten. Dit zijn familieleden met aandelen die niet professioneel actief zijn in het familiebedrijf. Op termijn kan deze situatie leiden tot animositeit tussen de actieve vennoten en de niet-actieve vennoten. De actieven verwijten de niet-actieven meestal dat ze enkel hun dividenden opstrijken en 'slapend rijk worden'. Erger nog - er kunnen zich fracties vormen die elkaar gaan tegenwerken en zo de besluitvorming blokkeren. Dergelijke scenario's zijn absoluut te vermijden.

Juist omdat heel wat familiebedrijven na jaren van hard werken vaak veel geld waard zijn geworden, kunnen de actieve vennoten de niet-actieven gewoonlijk niet meer uitkopen. Zeker als ze de vijftig gepasseerd zijn rest hen meestal eenvoudigweg te weinig tijd om hun investering terug te verdienen. Vaak kiest iedereen dan eieren voor zijn geld en wordt de zaak aan derden verkocht. Einde familiebedrijf.

Deze afloop heb ik zelf mogen ervaren. Als lid van de derde generatie was ik 28 jaar actief in een bedrijf dat 70 jaar in handen was van onze familie. We waren met tien nichten en neven - die verspreid over vier familietakken - aandelen bezaten. Door de bijzonder hechte familiale samenhang leek snoeien niet aan de orde. Uiteindelijk hebben we het familiebedrijf verkocht omdat de belangen van de actieve vennoten anders waren dan deze van de niet-actieven.

Een leuke maar weinig gekende oplossing is om microliquiditeit te introduceren in het aandeelhouderschap. Het komt erop neer dat je niet gaat snoeien met de botte bijl - maar met de zachte hand. Deze werkwijze is vooral van toepassing op grotere families met aandeelhouders die verspreid zijn over meerdere takken en generaties. Het uiteindelijk doel van microliquiditeit is om de verhandelbaarheid van de aandelen te bevorderen. Dat geeft gemoedsrust aan de familiale aandeelhouders.

Hoe gaat microliquiditeit in zijn werk? Er moet een hoofdstuk rond microliquiditeit toegevoegd worden aan de bestaande aandeelhoudersovereenkomst. Die stipuleert dat de aandelenprijs jaarlijks precies wordt vastgelegd. Dit gebeurt best door een externe expert die een waarderingsmethode hanteert waarmee iedereen vooraf akkoord gaat.

Hierna volgen de voorbereidingen voor het zogenaamde 'snoeiwerk'. Eén keer per jaar wordt er door een externe begeleider een 'markt' georganiseerd tussen de kandidaat-verkopers en -kopers, die - zeer belangrijk - elkaar niet op voorhand kennen. Verkopers mogen dan een beperkt volume van hun eigen aandelen te koop stellen (bijvoorbeeld 5%). Daarbij zijn ze verplicht een vastgestelde kleine korting (bijvoorbeeld 10%) te geven aan de koper op de eerder vastgestelde aandelenprijs. Door deze korting stimuleert men de transacties.

Zijn er op dat moment geen kopers in de familie? Dan worden de eigen aandelen opgekocht door het familiebedrijf met behulp van liquiditeiten die hiervoor werden opzij gezet. Deze inkoop van eigen aandelen is evenwel wettelijk beperkt tot een bepaald percentage van het aantal aandelen.

Wat zal met deze werkwijze het resultaat zijn na 10 of 20 jaar? Niet geïnteresseerde vennoten zullen waarschijnlijk jaarlijks verkopen aan de geëngageerde vennoten. Iemand die bijvoorbeeld 10 jaar achter elkaar 10% van zijn eigen aandelen verkoopt - is daarna geen vennoot meer. Na jaren is er heel flink - maar ook heel geleidelijk gesnoeid in de familieboom. Er zijn geen bruuske wijzigingen opgetreden in het aandeelhouderschap en iedereen in de familie blijft tevreden. En misschien is dat laatste nog wel het belangrijkste …